Museum Tweestromenland

Op 29 januari 2019 besluit het bestuur van de Stichting Museum Tweestromenland om de deuren van het museum te sluiten. Als die deuren gesloten blijven, dan gaat er en stuk streekhistorie verloren. Dat is heel jammer. De gemeente “runt” geen museum, dat is het werk van de stichting. De gemeente besluit dus ook niet over open of dicht. Ze ondersteunt de stichting omdat ze het bewaren en uitdragen van ons cultureel erfgoed belangrijk vindt.

Het probleem van het museum is de structurele onbalans tussen dalende inkomsten en stijgende kosten. Tenmiste een van de twee moet worden omgebogen. Het 'gat' wordt steeds groter en er is steeds meer geld nodig om het te dichten. Het stichtingsbestuur moet daarom een duidelijke keuze maken. En voor goede plannen bestaat altijd een basis voor verdere steun door de gemeente. Die keuze met bijbehorende plannen, heeft de gemeente nog niet gezien of gehoord. Misschien dat een nieuw bestuur, wel mogelijkheden en kansen ziet. Iedeeën zijn geopperd door verschillende raadsleden, zij zien wel degelijk een kansrijke toekomst.

Op de sluiting van het museum werd door vele Leeuwenaren erg kritisch gerageerd. Met name naar de gemeenteraad en het college van B&W kregen de zwarte Piet. Die zouden "het museum" hebben laten vallen. Het tegendeel is echter waar. De FD fractie en vele anderen hebben er hard aan gewerkt om het stichtingsbestuur op alle mogelijke manieren te helpen. Met extra geld, met advies, met hulp bij uitvoering. Het museumbestuur zag echter geen mogelijkheden meer. Heel jammer, zeker omdat vele anderen, die mogelijkheden nog volop aanwezig zagen.

Uit de vele reacties werd duidelijk dat velen zich lieten leiden door emoties. De werkelijke feiten zijn anders en genuanceerder. De gemeente heeft heel zorgvuldig en vooral ook heel ruimhartig geopereerd. Daarom voor diegenen die willen weten hoe de vork echt in de steel zit "HET WARE VERHAAL" hieronder.

Overigens is het museum nu gesloten, maar dat kan gewoon weer worden geopend. De stichting is zeker niet failliet. Er is alleen een (nieuw) bestuur nodig, dat de kansen ziet. De stichting is dan in een handomdraai weer actief. Zeker zullen de vele vrijwilligers van het museum, weer met enthousiasme en passie hun taken weer gaan oppakken. Er zijn mooie kansen om het museum te veranderen in een aantrekkelijker publiekstrekker. Een plek waar "ons verhaal" met trots wordt verteld aan eenieder die dat horen wil.

Onder de knop [HET WARE VERHAAL] hieronder, is een uitgebreide en onderbouwde beschrijving van de feiten terug te lezen. Voor diegenen die daarvoor de tijd niet hebben, staat hier een korte samenvatting.

  1. Het museum vraag om de subsidie aan haar op te trekken tot €20.000,= per jaar structureel. Momenteel bedraagt die ruim € 3.800,=.
  2. De verhoging is volgens het museumbestuur nodig omdat de financiële situatie ‘penibel’ is èn omdat ze extra kosten moeten maken om een nieuwe weg in te slaan. Een weg naar een levensvatbaar museum.
  3. Uit de jaarrekening van 2017 van de stichting blijkt geen penibele financiële situatie. Er is een verlies van € 5.100,= met name door een eenmalige kostenpost van € 3.600,=. Feitelijk dus een operationeel verlies van € 1.500,=. En dat terwijl het museum zo’n € 28.000,= op de bank heeft staan.
  4. Het geld is dus vooral nodig voor “de nieuwe weg”. De gemeente, bij monde van wethouder, gemeenteraadsleden en ambtenaren, heeft op verschillende momenten aan het museumbestuur gevraagd om aan te geven “hoe zij die nieuwe weg voor zich zien?”; Waaraan wordt het extra geld besteed.
  5. Het museumbestuur komt met twee concrete plannen. Die leveren in de planning al een verlies op van €9.000,=! Verder heeft het museumbestuur haar plannen voor bestedingen, niet financiëel onderbouwd. Wel noemt het: *balie-automatisering, flatscreens *en audiotoer-apparatuur. Zaken die het museum wat flitsender maken en de introductie van de museumjaarkaart vergemakkelijken. Er is geen concreet plan voor een aantrekkelijker museum of ander idee wat de inkomsten zal gaan verhogen.
  6. Aan de kostenkant heeft het museumbestuur te maken met torenhoge huisvestingskosten; De huur en de energielasten. Samen goed voor € 21.000,= vaste lasten per jaar. Dit is veel geld, maar tegelijk spotgoedkoop. De huur is nog geen € 1.000,= per maand en de energielasten zijn zo’n € 850,= per maand. Beide bedragen zijn laag, voor het pand waarin het museum is gevestigd. Het gebouw heeft energielabel A en voor het huurbedrag kun je normaliter net een vrijstaande eengezinswoning huren.
  7. Het museumgebouw kost de gemeente € 29.000,= per jaar. De ontvangen huur bedraagt € 12.000,=. Dus impliciet krijgt het museum hier ook een gemeentelijke subsidie van € 17.000,= per jaar! Redenerend van marktwaarde zou de subsidie zelfs meer dan € 100.000,= bedragen.
  8. Het bestuur en de vrijwilligers hechten erg aan het prachtige pand. De gemeente verplicht ze niet om erin te blijven ook vraagt ze het museum niet om te vertrekken (omdat ze er, in commerciële zin, meer geld van kan maken). Het is een vrije keuze, die het museum maakt. In dat geval moet het museumbestuur ervoor gaan zorgen dat het museum aantrekkelijker wordt en meer bezoekers gaat krijgen.






Terug naar overzicht